Geduld
Een oefening in geduld blijkt het kijken naar de windverwachting om de Golf van Biskaje over te steken. We -Marco is nu aan boord tot Nederland- , wij dus, meenden halverwege vorige week een weervenster te zien tussen 21 en 24 maart. Weliswaar met een pittige tegenwind, maar te doen. Door die tegenwind zou de tocht minimaal een dag langer duren dan normaal, dus nu een dag of vier/vijf.Het Amerikaanse weermodel zag nog een uitloop op 25 maart, maar het Europese model voorspelde te harde wind al in de middag van de 24e. Meerdere keren per dag checkten we of het Europese model het Amerikaanse zou volgen, maar dat deed het niet. Uiteindelijk hebben we het plan afgeblazen en maar goed ook, want inmiddels is het Amerikaanse model het Europese gevolgd en zouden we met harde wind te maken hebben gehad.
Nu loeren we op de volgende mogelijkheid en die lijkt zich aan te dienen vanaf zondag 29 maart, als een zwak hogedrukgebied zich dicht ten westen van de Golf nestelt. Dat lijkt kansrijker, want beide langetermijnmodellen zijn het eens, de periode is niet te krap en de wind is -behalve op de eerste dag- matig, zij het dat het wel overwegend tegenwind is. We zullen zien of de verwachtingen uitkomen.
Ondertussen vermaken wij ons prima, want we liggen op een mooie ankerplek in een van de noordelijkste Ria’s, de Ria de Camariñas. Hier is het niet verstedelijkt zoals in de grotere, zuidelijke Ria’s. Het is hier prachtig wandelen, zowel langs de kust aan de oceaanzijde, als in de heuvels langs de Ria. Heel verschillend zijn die.
De kust van de Ria is bebost tot het water en met een tweeetal dorpjes. De oceaankust is ruig, rotsig en met een weerbarstige, stekelige begroeiing. En dat is makkelijk te combineren in één wandeling.
Maar ons verblijf in deze mooie Ria komt op zijn eind. Om de noordwestpunt van Spanje staat meestal een fikse tegenwind, maar morgen gaat die tijdelijk liggen langs de kust. Daar maken we gebruik van om een kleine 50 mijl verder te varen naar A Coruña – een mooie stad en een prima vertrekpunt voor de oversteek van Biskaje.
Voordat we hier kwamen hebben we al het nodige meegemaakt. Marco is in Leixões, vlak bij Porto, aan boord gekomen en samen hebben we eerst een dag Porto bezocht met de metro.
Daarna kwam voor Marco de eerste oceaanetappe met vanzelfsprekend de verbazing over de lange golven, zoals je die van de Noordzee niet kent, over de rust waarmee je over die lange golven zeilt, en over het geweld waarmee die ogenschijnlijk rustige golven op de kust breken.
Twee havenplaatsen in Portugal hadden we nog tegoed voordat we Spanje zouden bereiken: Povoa de Varzim en Viana do Costelo; twee korte etappes om er in te komen. Povoa vonden we nogal sfeerloos, maar Viana is een leuk stadje, met als bijzonderheid een kabeltram naar de boven de stad op een heuveltop gelegen kerk, vanwaar het uitzicht magnifiek is.
Wat minder magnifiek was, was dat we aan een steiger op de rivier lagen en dat de vissers met volle vaart op 2 meter langs voeren, zodat de Arcadia zich opstandig van de steiger wilde losrukken. Later snapten we waarom ze zo dicht langsvoeren: andere vissers spannen drijfnetten over bijna de hele rivierbreedte, waardoor en weinig vaarwater overblijft.
Op de heenweg zag ik Viana vooral in het donker en maakte het indruk door de overdadige kerstverlichting. Nu was de sfeer totaal anders.
Na een lange dagetappe, half zeilend, half motorend, kwamen we daarna in Spanje aan en gingen we heerlijk beschut voor anker in de Ria de Andán. Daar moet je tussen de mosselvlotten doorvaren om de ankerplek te bereiken – een bijzonder stukje colour locale. Onderaan die vlotten hangen lijnen waarop de mosselen zich vastgehecht hebben.
Ondertussen zagen we het mogelijke weervenster verschijnen om de Golf van Biskaje over te steken, waar dit verhaal mee begon. Daarom hebben we tempo gemaakt en de overige Ria’s overgeslagen en vastgemaakt aan een gratis steiger in Fisterra. Daar kregen we spijt van. Hoewel Fisterra verscholen ligt achter een schiereiland weten de oceaangolven er toch door te dringen – weliswaar sterk gedempt, maar nog met voldoende energie om de steiger op en neer te doen golven en de boot wild aan zijn lijnen te doen rukken. Daarvoor heb ik lijnen met rubbers erin verwerkt en dat helpt meestal wel. Maar hier was geen kruid tegen gewassen en werd ons weinig slaap gegund. Het is dan ook niet zo’n populaire overnachtingsplek, we lagen alleen.
Blij waren we om de volgende dag de rustige haven van Muxia aan het begin van de Ria de Camariñas te bereiken na weer een zeil/motordag. Weer eens douchen en diesel tanken (nog net voor onder de 2 euro) was ook prettig. En dan vroeg te kooi.
Muxia heeft een bijzondere ligging, op een engte in een schiereiland, met aan de ene kant oceaan en aan de andere kant de Ria. Vanaf een heuveltop heb je daar een prachtig uitzicht op.
Muxia is leuk, maar ankeren is leuker. Dat deden we de volgende dagen verderop in de Ria. En daarmee is dit verhaal rond. Het ging trouwens best waaien op de ankerplek. Last van golven hebben we niet, daarvoor is het genoeg beschut, maar de wind staat al een dag en nacht te blazen met windkracht 5. Het anker kan het hebben.

Hai Marti en Marco,
Geniet nog maar van de laatste dagen Spanje. De wind was vandaag op de rijn ook al toenemend. Als je zondag aan de oversteek begin, behouden vaart
Goedemorgen Marti en Marco, het geduldig wachten op een gunstige wind vormt een onderdeel van de reis en is geen verloren tijd, veel wandelen en de omgeving bekijken heeft ook zijn charme. Het blijkt wederom dat de agenda wordt bepaald door de oceaan en niet door de kalender. De natuur respecteren en niet tegen “onmogelijke” omstandigheden in te gaan behoort bij goed zeemanschap. De vooruitzichten zijn positief voor jullie oversteek Nog veel fijne dagen en een voorspoedige start 29 maart. Groet Roel.