Onthand
We hebben sinds het vorige bericht bij Brest goede voortgang gemaakt en ook het nodige beleefd. Stevig gezeild, maar ook tegenslag geïncasseerd.
Zoals vermeld is Jeanette in Brest de bemanning komen versterken en daags daarna, op zondag, vertrokken we voor de volgende etappe – een etappe via het “Chenal du Four”, de zeestraat tussen het meest westelijke puntje van Bretagne en een eilandengroep voor de kust.
Langs Bretagne zijn de tijverschillen groot en dientengevolge de stroomsnelheden ook. In het Chenal du Four kan de stroom zo sterk zijn dat je er bijna niet meer tegenin komt en bovendien kan wind tegen de stroom in steile golven veroorzaken, wat bakken water over de boot oplevert. Om dat te vermijden moet je goed plannen om met de vloedstroom mee het Chenal du Four te bevaren. Maar bij Brest wil je juist weg met de ebstroom. Om de planning rond te maken hebben we een stop gemaakt bij het mooringveld in de baai nabij het Chenal, waar ik de vorige keer het verhaaltje schreef.
Toen sloeg het noodlot toe. Bij vertrek van de mooring hadden we moeite om de haak van onze lijn los te maken van de mooring. Ik ging op mijn buik liggen om over de rand van de boot te reiken en op dat moment floeptje mijn telefoon uit het borstzakje van mijn thermopak, zo overboord het water in. Er zit klitteband op dat borstzakje, maar kennelijk had dat niet goed gehecht.
Zoals iedereen weet ben je zonder telefoon akelig onthand. Bijna besta je niet meer. Groot was mijn schrik, maar treuren helpt niet en er moest gehandeld worden.
Sindsdien kan ik alleen in een haven met WiFi op internet via mijn tablet of laptop en ben ik onderweg voor weerinformatie afhankelijk van wat Marco en Jeanette binnen kunnen halen.
Het varen ging verder voorspoedig, alleen was het wel een klotsbak door de hoge deining en de dwars erop staande windgolven. We meerden ’s avonds af in het plaatsje met de Keltische naam Aber Wrac’h aan het gelijknamige riviertje L’Aber Wrac’h, aan de noordzijde van Bretagne. De bocht waren we om, van zuid naar noord.
De volgende dag was een wilde rit van een dag en een nacht naar het Kanaaleiland Guernsey, 120 mijl. Rif erin, nog een rif, rif eruit, etc. De wind was 5 à 6 Beaufort, maar de golven maakten het moeilijk om door de boot te bewegen. De volgende ochtend, al dicht bij Guernsey, bleek Jeanette door de wilde bewegingen van de boot per ongeluk haar PLB (alarmering voor man-over-boord) geactiveerd te hebben, waardoor de AIS van de boot alarm sloeg en, wat erger was, ook de Nederlandse kustwacht via een satelliet werd gealarmeerd. Snel hebben we de kustwacht van Guernsey opgeroepen dat het een loos alarm was en even later werd Jeanette gebeld door de Nederlandse Kustwacht. Haar dochter was toen ook al door de kustwacht gebeld en goed in de stress gezet. Het apparaat werkt – dat weten we nu zeker.

Het was af en aan met de wind. Na de wilde rit naar Guernsey was het windstil en motorden we met de stroom mee naar het volgende Kanaaleiland, Alderney, waar we niet aan land gingen maar relaxten achter een mooringboei.
De volgende dag was er weer meer dan voldoende wind voor een volgende etappe van 100 mijl, naar het Normandische Frécamp, dat verscholen ligt tussen de krijtkliffen. De wind was opnieuw heel stevig, 6 beaufort, maar tikte ook wel de 30 knopen aan, met fiksel golven als resultaat. In Frécamp is in de haven niet voldoende ruimte om de zeilen op te doeken, dus dat moest buiten op zee gebeuren, midden in de nacht, in een klotsbak van golven. Dat zijn niet de momenten waarop ik van mijn zeilhobby geniet, maar wat moet dat moet.
In de haven bleek ook nog eens de helft van de steigers weggehaald voor baggerwerkzaamheden, maar met onze vermoeide hoofden wisten we toch de boot aan te meren, waarna we nog een paar uurtjes konden slapen. De volgende dag was de wind opnieuw ongunstig, waardoor we in Frécamp konden wandelen over de krijtrotsen en door het stadje, waarvandaan de likeur Dom Benedictine afkomstig is.
Lang dubten we of de de volgende dag de etappe van 70 mijl naar Boulogne sur Mer zouden doen. De windrichting was schuin van achteren, maar de wind zou eind 6, begin 7 beaufort zijn. De voorspelling die we ’s ochtend kregen was iets gunstiger en eenmaal op zee viel het allemaal wel mee: regelmatige golven en niet al te hoog. Dat veranderde in de loop van de dag. De golven werden hoger en hoger en onregelmatiger. Regelmatig zette een steile golf de boot schuin op zijn kant en eenmaal krulde een golftop die boven ons uittorende door tot in de kuip. Het water sloeg zelfs door de katuitopening naar binnen tot op de kaartentafel en Jeanette constateerde tot haar teleurstelling dat haar nieuwe thermopak niet waterdicht is. Bij elkaar ging het misschien maar om 5 liter, maar de Arcadia had de afgelopen 20 jaar niet zoveel water binnen gekregen. Ik was juist altijd blij dat de boot zo ‘droog’ zeilde. Tot deze keer.
We verwachtten bij de havenmond weer een klotsbak en om dat beter aan te kunnen hebben we nog een derde rif gezet – dat gebeurt me niet elk jaar. Aan het filmpje kun je misschien zien dat dat niet overbodig was, hoewel filmpjes de neiging hebben om de wildste golven te transformeren tot prettige kabbels.
In de voorhaven dachten we het verder rustig te hebben, maar de rust werd ruw verstoord door het thermisch alarm voor oververhitting van de motor. In rustiger omstandigheden had ik aan het motorgeluid kunnen horen dat de motor niet genoeg koelwater kreeg. Jeanette meende al iets te horen, maar ik had het afgedaan als effect van de uitlaat overspoeld door de golven. Snel hebben we de motor uitgeschakeld, we hebben ons naar de kant van de vaargeul laten drijven en hebben het anker uitgegooid om tijd te hebben om de oorzaak op te sporen. Die hebben we niet gevonden, maar bij testen bleek de motor weer koelwater te krijgen en konden we de haven opzoeken, waar we voor de zekerheid toch maar de impeller van de koelwaterpomp hebben vervangen.
Er rust voor mij kennelijk een vloek op Boulogne sur Mer, want in 2019 had ik hier al een niet zo gezellig avontuur met een anker beleefd (link)
Nu liggen we in Oostende. Van Boulogne eerst naar Nieuwpoort was een rustige etappe met een matige wind en grotendeels stroom mee. Vandaag is er geen wind. Vandaar dat we alleen een klein stukje verder zijn gevaren voor een middagje relaxen in Oostende.
Morgen en overmorgen is er ook weinig wind. Dat wordt opnieuw een klein stukje verder motoren of hopelijk toch zeilen. Wind heb je meestal te veel of te weinig. Zo heb je als zeiler altijd wat te klagen.

Heftige tochten. Via Vesselfinder zag het goed uit. Het zal je hobby maar wezen. Goede vaart Hartelijke groeten Wouter
Stevig tochtje. Via vesselfinder zag het er leuk uit! Het zal je hobby maar wezen! Groet en behouden vaart
Wouter
Goedenavond Marti, Wat ontzettend zonde van de je telefoon, foto’s etc.weg, werkelijk onthand en vreselijk balen. Geweldige beelden van de heftige golven en stevige winden en mede hierdoor de diverse spannende momenten tijdens de etappes. Misschien is het wel “relaxed” om de komende zeemijlen met iets minder wind te varen. Groet Roel.