Hoe kom je naar het noorden?

En weer storm het. Nou ja, geen officiële storm met windkracht 9, maar voor mij is windkracht 8 met vlagen ver in de 40 knopen ook een storm waar ik niet in terecht wil komen, zeker niet met tegenwind. Ik lig dan ook al een paar dagen in de haven van Oeiras, zo’n 15 kilometer ten westen van Lissabon. Dat is wel weer een stukje verder naar het noorden, maar ik zit hier al een paar dagen vast en pas zondag is er een weergaatje om een stuk verder te varen, naar Peniche. Dan nog komt de wind uit een noordelijke richting, maar ik hoop dan net aan de wind te kunnen zeilen of desnoods motorzeilen.
Oeiras is niet zo’n spannende stad. Het heeft geen echt centrum, maar het is onderdeel van de uitgebreide stedelijke agglomeratie van Lissabon tot Cascais. De waterkant is toeristisch, maar als je een paar kilometer loopt kom je in volksere buurten met eenvoudige cafeetjes waar ik het gezellig vind en waar je weer voor een prettig prijsje kunt eten.
Voor de natuur moet je hier niet zijn. Ik had mijn hoop gevestigd op een aantal onbebouwde terreinen, maar daar staat een solide hek omheen. Toch heb ik in overhoekjes weer een aardig aantal voor mij nieuwe planten gespot. Er valt overal wel wat te beleven.

In het vorige verhaaltje was ik nog in Sines. Vandaar was het 42 mijl naar Setúbal via een lange baai, met een matige tegenwind zeilend en motorzeilend. De verleiding is groot om de bocht af te snijden en ik heb dat nu op de terugweg ook een beetje gedaan, vergeleken met de heenweg, maar ik blijf beducht voor de orca’s. Ze hebben al een maand geen boot aangevallen en het verhaal gaat dat ze in deze tijd van het jaar moeite hebben om hun maag voldoende gevuld te krijgen met tonijn, zodat ze geen vrije tijd hebben om met boten te klieren. Er varen dan ook genoeg boten vrolijk ver op zee. Ik voelde me dan wel eens gekke Henkie, dat ik onder de kust blijf, maar dat ging snel over toen een paar dagen later, op 1 maart, weer twee boten werden aangevallen, vlakbij het gebied waar ik me ophoudt. Dus ik blijf dicht onder de kust in water van minder dan 30 meter diep.
Ik had een baai op het oog iets westelijk van Setúbal, temidden van de natuur. Het was dan ook wel even schrikken bij aankomst, dat het strand vol was met zonnende en volleyballende jongelui. Het leek of de halve stad was uitgelopen. Maar na zonsondergang was het doodstil en de volgende dagen, die koeler waren, waren minder druk. Toch maakte ik voor de zekerheid mijn bijbootje maar met een ketting aan een boom vast.
Setúbal is een fijne plek. De stad is aardig en de natuur is gevarieerd. Ik ben gewend om via een digitale kaart mijn eigen weg te zoeken en dan kom ik ook op paden die niet zo vaak gebruikt worden. Dat leidt soms tot verrassingen. Dan blijkt het pad door de overvloedige regen van de voorgaande weken onverwachts een beekje te zijn geworden. Of dan loop je een gebied uit naar de openbare weg en dan stuit je op een solide afrastering met aan de wegkant een bord dat het privé gebied is en verboden toegang. Ja, maar ik wil eruit. Dat maakt het allemaal wat avontuurlijker.
Ik nam de tijd voor dit gebied, want de aanhoudende noordenwind maakte het toch moeilijk om verder te komen. Ik had daarom ook tijd om het nabijgelegen Sesimbra opnieuw te bezoeken, waar ik op de heenweg ook was geweest. Bij Setúbal is meer bos en hier is meer struikgewas, dus een ander landschap en andere plantengroei. Maar eerst moest ik aan de kant zien te komen. Bij Setúbal was het heel rustig weer, maar hier was meer deining. De branding zag er niet aanlokkelijk uit om aan land te gaan, dus liever 600 meter roeien naar de vissershaven. Dat was een prima oplossing en goed voor mijn conditie.
Ik heb in Sesimbra mijn biologenhart kunnen ophalen met de voorjaarsflora. Met schattige mini-narcisjes met sprietige bladeren bijvoorbeeld, maar ook weer met diverse soorten orchideën. Ik toon een foto met twee heel verschillende soorten. De een lokt de insecten met geur, de andere moet het van vlagvertoon hebben.
De laatste nacht in Sesimbra was geen feest. De wind die tot dan toe aflandig was stond schuin in de baai en de boot bokte achter het anker dat het een lieve lust was. Daar werd ik om 4 uur van wakker en slapen zat er niet meer in. Ik ben dan ook maar tegen zessen, nog in het donker, vertrokken naar Oeiras, waar ik nu dus ben.
De voorspelling was dat de wind in de ochtend vrij stevig zou zijn en in de middag zou afnemen. Ik begon daarom uit voorzorg met een rif, vooral omdat ik weer een kaap moest ronden, Cabo Espichel. Maar het was rustiger dan verwacht. Pas later nam de wind toe, tegen de voorspelling in, zodat ik in de tweede helft van de tocht het rif hard nodig had.
De deinig was aanzienlijk toen ik de kaap gerond had, maar met die lange oceaandeining merk je daar niet zoveel van. Dat heb ik al wel vaker gezegd. Maar bij nadering van Oeiras is er een stuk zee dat heel geleidelijk ondieper wordt, met een vaargeul erdoorheen. Ik meende dat ik met 7 meter diepte een veilige marge aanhield, maar dat bleek anders uit te pakken. De lange golven van ca. 2 meter hoog werden doordat ze afgeremd werden steeds steiler en hoger, toch gauw 4 meter, zodanig dat ik me kon voorstellen dat ze zouden breken. Dat zag je ze ook doen, waar het nog wat ondieper was. Ik ben maar gauw weer naar dieper water gevaren en ben netjes via de vaargeul naarbinnen gekomen. Voor het eerst sinds twee weken weer in een haven. Ook wel weer eens lekker.



Dag Marti,
Met tijdens het wandelen digitaal navigeren heb ik ook de nodige ervaring.
Ik hou niet zo voorgekookte routes en websites als Komoot e.d. vermijd ik. Het mooie van een goeie topografische kaart is dat je het landschap min of meer kan ‘lezen’ voor wat betreft begroeiing, hoogteverschillen en algemene aantrekkelijkheid.
Aan de hand van de op de kaart aangegeven paden en onverharde wegen improviseer ik meestal gaandeweg een wandeling bij elkaar. Maar soms houdt zo’n pad dan ineens op, of moet je een omweg maken omdat het pad versperd is. En inderdaad: over een hek moeten klauteren heb ik ook meermalen gedaan..
Toch fijn dat je belangstelling verder reikt dan alleen zeilen. Dat behoedt je tijdens het wachten op goeie wind voor oplopende frustratie, denk ik.
Maar ik help je natuurlijk hopen dat er binnenkort een paar dagen volgen met een windje dat iets van zuid erin heeft..
Goedemorgen Marti, Je hebt weer een goed sfeer verhaal neergezet over de weersomstandigheden tijdens het varen en je verkenningen op het land. Ondanks de tegenzittende wind lees ik dat je je prima vermaakt met de ontdekking van “nieuwe plantjes” etc. Ik zal voor je duimen dat de hardnekkige en stevige noordenwinden afnemen en dat de windrichting gunstig wordt voor het vervolg van je reis. Groet Roel.
Stormen, golven, orka’s….pittige cocktail. Gelukkig word je zen van de planten. Groetjes Jeanette