De Guadiana
De Polar Vortex zwabbert volgens de meteorologen teveel om de vrieskou bij de noordpool te houden. Noord Amerika en Oekraïne hebben het berekoud en ook Nederland krijgt er een staartje van mee. Hier in het zuiden uit het zich in de bijna dagelijkse passage van fronten van depressies met veel wind en nattigheid en tussendoor gelukkig wel weer zon. Ik sprak mensen die hier elk jaar komen en volgens hen is het in jaren niet zo nat geweest. Hoewel de stuwmeren vorig jaar ook vol waren, spraken ze over winters met dagenlang strakblauwe luchten en lopen in korte broek. Nu zien we sinaasappelgaarden met de bomen in het water. Gisteren stond er tegen de ochtend een straffe wind van rond de 35 knopen (65 km/u) in de haven en zo nu en dan gilde de wind nog een toontje hoger. Maar koud is het gelukkig niet, met rond de 17 graden overdag. De afgelopen dagen waren de havens en riviermondingen ook in het zuiden afgesloten voor de scheepvaart. Aan de westkust zie ik dat regelmatig, maar nu in het zuiden voor het eerst. Ook vandaag waait het te hard om te varen, maar morgen kan ik weer verder.

Op het waddeneiland Culatra, waar het vorige verhaal eindigde, zijn we nog een dag gebleven voor een lange wandeling via de westpunt van het eiland over verlaten stranden en door vrijwel lege dorpjes. De enige mensen troffen we aan in het enige cafeetje in het verste dorpje. Daar hebben we ons graag bijgevoegd voor onze ‘café com leite’.
Op het strand werd onze aandacht getrokken door de vele schelpen, waaronder heel grote van de tweekleppige Panopea glycimeris, die helaas geen Nederlandse naam heeft. Mijn zoon Thomas dacht aan een andere herkomst, want hij vroeg bij het zien van de foto of ik mijn teennagels had geknipt…
Zeilend en motorend bereikten we de volgende bestemming, het charmante Spaanse plaatsje Ayamonte aan de monding van de grensrivier de Guadiana. Meteen krijg je de indruk in het stadje dat Spanje een tikje welvarender is, of was, dan Portugal. Het oogt allemaal wat mooier en strakker, met veel gladde natuursteen, hoewel dat verschil buiten het centrum niet meer aanwezig is.
In Ayamonte moesten we stoppen we om het juiste moment te timen om onder de brug over de Guadiana door te varen, de rivier op. Volgens de ene kaart is die brug 18 meter hoog, terwijl mijn mast plus antenne ook 18 meter is, maar volgens een andere kaart 20 meter. Wij namen het zekere voor het onzekere en gingen met eb onder de brug door. Ook toen nog leek het of we tegen de brug aan zouden varen (Roel was daar zeker van), want van onderen kun je onmogelijk inschatten of het past en moet je op de kaartgegevens vertrouwen.
Stroomopwaart verlaat je het laagland en kom je tussen de groene heuvels, met een begroeiing van steeneiken en dennen. Tientallen kilometers komt de vloedstroom de rivier op en met die vloedstroom lieten wij ons meevoeren naar het Portugese dorpje Alcoutim, 37 km stroomopwaarts. Vroeger was Alcoutim een smokkelaarsnest, net als het er tegenover gelegen Spaanse dorpje Sanlúcar de Guadiana. En daar zijn ze tegenwoordig trots op, getuige de beelden en borden die daar uitleg over geven. Tegenwoordig is de rivier een vrijplaats voor zeilers die een veilige plek zoeken om te overwinteren (of om, het zeilen zat, oud te worden). Talrijke boten liggen er voor anker of aan mooringboeien in de buurt van de dorpjes.
Wij konden bij Alcoutim toevallig het laatste vrije plekje aan de kade innemen (derde boot van links aan de linker steiger aan de overkant). Mooie wandelingen hebben we daar gemaakt, zowel aan de Portugese als aan de Spaanse kant. Een veerbootje met een chagrijnige veerman bracht ons naar de overkant (“Ja, als er mensen bij de pont staan en ze zeggen niks, dan ga ik ze niet vragen of ze naar de overkant willen“)
We hebben ook een en ander geleerd: Dat als het stuwmeer bovenstrooms vol is en er gespuid wordt, dat dan de vloedstroom wordt overstemd, Dan stroomt het water alleen nog maar naar zee. En dat als ze dat wat te bruusk doen, dat dan de steiger losbreekt van de kant, maar dat was gelukkig niet toen wij er lagen, maar het vorig jaar. En dat het water bij calamiteiten wel 15 meter kan steigen. Ook hebben we geleerd dat je onderweg twee soorten sinaasappels kunt plukken: kleine met een dunne schil die lekker zijn en grote met een 3 cm dikke schil waarbinnen een klein citroenzuur sinaasappeltje schuil gaat. En we hebben gemerkt dat de vele honden, anders dan de Nederlanse honden, het gebaar kennen alsof je een steentje opraapt. Dan rennen ze gauw weg. Die truc kende ik uit Polen en hier werkt het ook.
Gistermorgen vroeg zou Roel terugvliegen en om makkelijk naar het vliegveld te komen hadden we in het Portugese toeristenoord Monte Gordo een auto gehuurd. Dat ligt vlakbij Vila Real de Santo Antonio, kortweg VRSA, bij de monding van de Guadiana. Daar zouden we in de haven gaan liggen. Dat liep anders, want die haven bleek €46 euro per nacht te kosten, nog zonder elektriciteit. Dat is buitensporig vergeleken met de €18 euro in Ayamonte aan de Spaanse kant. Dan liever weer uitgeweken naar Ayamonte, wat trouwens toch een leukere stad is. Maar daarmee hadden we het ons wel moeilijk gemaakt, want dan moesten we met de ferry naar de overkant en dan nog naar Monte Gorde om de auto op te halen, dan met de auto terug naar Ayamonte in Spanje en de volgende ochtend naar het vliegveld in Portugal. Maar dat liever dan zoveel voor een haven betalen.
Op de ferry troffen we opnieuw een chagrijnige veerman (hoort dat bij dat beroep?) die boos was dat we op de ferry een kaartje meenden te kunnen kopen, in plaats van bij een kantoortje op de kant. Op een holletje, want het regende en de pont stond op vertrekken, haalde ik de kaartjes en toen holde ik weer de pont op. Daarbij vergat ik dat je bij een deurtje van 1,65 m moet bukken als je zelf zo’n 1,70 m bent. En nu heb ik dus een rode bloedstip midden op mijn voorhoofd alsof ik een Hindoestaanse vrouw ben. Aan de blikken van voorbijgangers ben ik inmiddels gewend.
Morgen gaat de reis naar de rivier Odiel, waar ik aan de monding in Mazagón wil gaan liggen. Dan wil ik zaterdag met de bus of fiets naar Huelva, 10 km stroomopwaarts, om vuurwerk te kopen waarmee je naar het schijnt de orka’s kunt afschrikken – een soort kleine dieptebommen. Ik hoop ze niet te gebruiken, want voor de orka’s is het vast niet goed, maar het is fijn om iets te hebben waarmee ik me kan verdedigen als de nood aan de man komt.
Met mijn plantenhobby val ik jullie niet teveel lastig in mijn verhalen, maar als uitsmijter in dit verhaaltje plaats ik nog een foto van de plant met de merkwaardige naam Gekapperde kalfsvoet, omdat ik de bloemen zo bijzonder vind. Het is een plant uit de Aronskelkfamilie. Je ziet ze overal hier.

Weer een prachtig verhaal. Je hebt schrijvers talent.
Rot dat die orka’s zo dicht bij de kust komen. Met zeilen moet je al alert zijn, en orka’s zijn agressief.
Het weer in zuid-west Europa wordt behoorlijk geteisterd door depressies. En dat is al weken aan de gang. En die foto’s van het noodweer in Portugal onderschrijven dat. Over 9 dagen vliegen wij al naar Malaga, en dan met de bus naar Nerja. Hopelijk zijn de depressies dan niet meer in de buurt. Ik hou je op de hoogte!
Mooi verhaal weer Marti. Dat verhaal van die sinaasappels roept herinneringen op. Tijdens ons verblijf in Malaga heb ik.er ook en paar geproefd, maar deze waren zuur met harde velletjes en met tientallen pitten. Overigens mag je mij best lastig vallen met je plantenhobby. Een goede reis verder Marti.
Oh wat leuk dat je de rivieren op kan varen. Gisteren zijn we uit Malaga teruggevlogen naar ML. Ja het was beesten weer. Ik heb in Andalusië geen bekende bomen gezien. Groetjes Riëtte
Lijkt me een mooie tocht zo de rivier op. Het nieuws bericht over noodweer aan de kust van Portugal, dus jullie komen goed weg daar. Goedexreis verder.
Steven