Nu echt lente
De meeste mensen zouden eraan voorbij lopen, maar mijn hart maakt een sprongetje als ik de eerste orchideetjes zie. In Nederland moeten we wachten tot mei, maar hier, bij Alvor, verschijnen de eerste nu al in het natuurreservaat. Ik zou een hele blog kunnen wijden aan de bijzondere voortplantingsstrategie van die planten maar nu weer terug naar de reisbelevissen. Over de orchideetjes volgt voor de geïnteresseerde een exposé aan het eind.
Bij het verlaten van Ayamonte zag ik op de laatste benedenstroomse kilometers van de Guadian nog twee gestrande boten. Ik prijs me opnieuw gelukkig dat ik niet op de rivier heb gezeten toen de vloedgolf er aankwam. Ik beloof, dit is het laatste wat ik over de gewezen ellende schrijf. De situatie is nu compleet anders. Ik loop overdag in korte broek onder een strakblauwe hemel en op de boot zit ik op het warmst van de dag in mijn blote bast. ’s Nachts is het met zo’n 7 graden nog wel koud, maar ja, het is ook pas februari.
Toen ik eenmaal de Guadiana af was en koers had gezet naar Ayamonte veranderde na een paar mijl het water plotsklaps van kleur. Toen realiseerde ik me dat ik tot dan op het van slib vergeven rivierwater had gevaren en dat ik nu pas het heldere zeewater onder de kiel had. Dat die grens zo scherp zou zijn had ik niet verwacht.
Ik ben nu 4 dagtochten verder. Na Ayamonte heb ik voor anker overnacht bij Culatra, maar ben er niet aan land geweest. Vervolgens de haven van Albufeira, voor anker tegeover Portimao en nu al weer een paar dagen in Alvor. Zeiltechnisch waren het aardige trajecten. De wind was matig en woei uit de goede richting, of ik moest aan de wind een paar lange slagen maken, wat in dit deel van de kust goed kan, omdat het pas ver uit de kust diep genoeg wordt voor de orca’s.
Op elk van die plekken heb ik de highlights bezocht die ik op de heenweg heb beschreven en dat zijn op dit traject vooral de spectaculaire rotskusten. En voor mij natuurlijk de bijbehorende plantengroei.
Ook ben ik eens naar de oude stadskern van Albufeira gelopen, om het toch gezien te hebben. Als je de haven kent, dan weet je al hoe toeristisch het daar moet zijn. En dat is het ook. Maar leuke straatjes zijn er zeker. Eén straat viel me in het bijzonder op, omdat dat een straat is met volwassen bomen. Dat zie je bijna niet in Spanje en Portugal en ik vraag me af waarom niet. Je ziet grote pleinen, die ’s zomers blakeren in de zon, zonder enige schaduw. In zuid-Frankrijk zijn de dorpspleinen vaak beschaduwd door grote platanen. Hier niet. Nou zijn platanen vast ook niet de beste bomen voor de droge zomers hier, maar je kunt ook kurkeiken, steeneiken of palmen gebruiken. Zeker met de klimaatopwarming lijkt me dat een gebrek in het stadsontwerp.

Op het kleine stukje van Portimao naar Alvor was er weinig wind en kleine golfjes – ideaal om eens heel dicht onder de kust te varen, die ik van de landzijde al een paar keer had bewandeld.
Op een mooie plek ben ik zelfs vlak bij de rotsen voor anker gegaan voor de lunch – een bijzondere ervaring.
Alvor is heel populair bij zeilers, of liever gezegd, bij mensen die permanent op een zeilboot bivakkeren. Het is dan ook puzzelen om een plekje te vinden dat op roeiafstand van het dorp ligt. Daarbij moet je voldoende afstand houden van andere boten, want als de windrichting verandert, verandert ook je positie achter het anker. En je moet toch wel minimaal 15 meter ketting steken, dus dat moet je ook meerekenen bij je draaicirkel om het anker. Waar je ook rekening mee moet houden is dat de lokale vissers varen in speedboten waarvan het gas tot de aanslag open gaat zodra ze hun ligplaats verlaten. Op mijn eerste ankerplek, waar ik zelf best tevreden over was, werd ik prompt uitgescholden door een heel boze visser die vond dat ik in zijn racebaan lag. En om de lieve vrede te bewaren heb ik toen toch maar een ander plekje opgezocht. Tot nu toe geen commentaar, maar ze racen wel vlak langs.
Vandaag de laatste dag in Alvor, met weer een uitstapje naar het natuurreservaat in de heuvels, op zoek naar bijzondere planten en genietend van de uitzichten en de zon. Medio maart wil ik in de buurt van Porto zijn, waar Marco aan boord komt. Dat betekent dat ik nu stappen die kant op moet gaan zetten, als ik onderweg nog tijd wil hebben om nieuwe plekken te verkennen. Ik moet er ook rekening mee houden dat ik dan tegen de heersende windrichting in ga, zodat ik een gunstige wind die niet uit noord komt niet onbenut moet laten.
Aan het eind van de middag ga ik met hoog water naar de uitgang van de lagune en ga daar voor anker, om morgenochtend als het water al aan het zakken is naar buiten te kunnen varen zonder het risico vast te lopen. Morgen, maandag, vaar ik dan naar Sagres, vlakbij de zuidwestpunt van Portugal om daar klaar te liggen voor een gunstige zuidenwind op dinsdag. Normaliter zou ik dan een lange dagtocht naar Sines varen, maar omdat de wind de volgende dagen weer tegen staat overweeg ik om Sines voorbij te varen en in de nacht door te varen naar Setubal. Dat is totaal ca. 100 mijl, net als de afstand tussen IJmuiden en Engeland. In Setubal en omgeving kan ik me me prima een aantal dagen vermaken en van de heenweg weet ik dat het nachttraject een makkelijk stuk duinenkust is met weinig visboeitjes. Zo wordt het plannen en puzzelen de komende weken.
Nu nog even, omdat ik het niet laten kan, een exposé over de orchideetjes. Orchideeën hebben een bijzondere voortplantingsstrategie. Ze bieden geen nectar aan aan besluivers, maar verleiden insectenmannetjes om te paren met de bloem. Dat doen ze door in vorm, kleur of geur, of alledrie tegelijk, een vrouwelijk insect na te bootsen. Bij zo’n schijnparing wordt er een pakketjes stuifmeel op het mannetjesinsect geplakt met de bedoeling dat die het naar de volgende plant transporteert.
Als een mannetjesinsect te vaak wordt bedot, dan besteedt hij zijn tijd verkeerd en dat is niet goed voor zijn voortplantingssucces. Er ontstaat dus selectiedruk om de valsspelende bloemen te vermijden. Dat leidt op zijn beurt weer tot selectiedruk bij de orchideeën om voor nog betere imitaties te zorgen. Zo houden orchidee en insect elkaar in een evolutionaire houdgreep die leidt tot superspecialisatie bij de orchidee. Bij de spiegelorchideeën, waartoe beide soorten behoren waar deze blog mee begon is dat ver doorgevoerd. De Spiegelophrys wordt door slechts één soort wesp bestoven en de Gele ophrys door één geslacht zandbijen.
Wikipedia heeft een smeuige pagina over hun geslachtsleven.





Weer een heerlijke herbelevenis. Varen lans de zuid Potugese kust. Heerlijk!!
Goedemiddag Marti, dat is de laatste dagen echt genieten van het fraaie lenteweer. Je passie als bioloog voor alles wat bloeit, blijkt duidelijk uit je verhaal. De interactie tussen plantensoorten en hun omgeving weet je fascinerend te beschrijven. Het zijn processen die voor mij onzichtbaar blijven/zijn. Wens je nog fijne zonnige weken met veel zeilplezier. Groet Roel.
College over orchideeën is altijd leuk. Fijn dat je eindelijk lente weer hebt. Na alle stormen, regen en kou is dat vast een verademing! Terugtocht klinkt al als een plan, ook al moet er nog wat gepuzzeld worden. Geniet lekker verder van de natuur en het onderweg zijn op het water. Groetjes Jeanette
Weer een mooie impressie Marti. Fijn dat je eindelijk lente weer hebt. Na alle stormen, regen en kou is dat vast een verademing! Terugtocht klinkt al als een plan, ook al moet er nog wat gepuzzeld worden. Geniet lekker verder van de natuur en het onderweg zijn op het water. Groetjes Jeanette